Successierechten (erfbelasting): Vlaams gewest

Een overzicht van de successierechten zo de overledene zijn fiscale woonplaats in het Vlaams gewest had.

 
Tarieven
Bron: art. 2.7.4.1.1. VCF
In rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden (1) (2) (3) en (5)
Gedeelte van het nettoaandeel
Tarief
€ 0,00
tot
€ 50.000,00
3%
€ 50.000,00
tot
€ 250.000,00
9%
€ 250.000,00
en meer
 
27%
In zijlijn en tussen niet-verwanten
Gedeelte van het nettoaandeel
tussen
broers en zusters (2) en (5)
tussen
alle anderen (4) en (5)
€ 0,00
tot
€ 35.000,00
25%
25%
€ 35.000,00
tot
€ 75.000,00
30%
45%
€ 75.000,00
en meer
 
55%
55%
(1)     Bij de berekening van de successierechten wordt de nalatenschap opgesplitst in een roerend en een onroerend gedeelte. Men zal de schijven en de tarieven afzonderlijk toepassen op de roerende en de onroerende goederen (zodat men dus eigenlijk twee keer het lage tarief kan genieten).
(2)     Er wordt een aparte grondslag gevormd per rechtverkrijgende.
(3)    Onder samenwonenden verstaat men zowel de wettelijk als de feitelijk samenwonenden. Bij feitelijke samenwoning is vereist dat men op de dag van het openvallen van de nalatenschap minstens één jaar ononderbroken met de erflater samenleefde.
(4)     De tarieven worden berekend op de som van de nettoaandelen, verkregen door alle erfgenamen van deze groep. De verschuldigde rechten worden vervolgens proportioneel verdeeld over deze erfgenamen.
(1), (2) en (4) Er wordt rekening gehouden met de onroerende goederen die de erfgenaam of legataris ontvangen heeft van de erflater door middel van schenking, tijdens de laatste drie jaar vóór het overlijden van de erflater (progressievoorbehoud).
(5)     De niet-geregistreerde schenkingen van roerende goederen binnen de vijf jaar (drie jaar voor schenkingen vóór 01.01.2025) voor het overlijden van de erflater worden in principe geacht deel uit te maken van de nalatenschap.
Verlaagde tarieven en vrijstellingen
Partners
Er is een vrijstelling voor de langstlevende echtgenoot, de wettelijk of feitelijk samenwonende (1) voor de vererving van;
  • de gezinswoning (art. 2.7.4.1.1, §2, lid 3 VCF);
  • de eerste schijf van € 50.000 van het roerend vermogen (art. 2.7.6.0.6, §2 VCF).

(1) Bij feitelijke samenwoning is vereist dat men op de dag van het openvallen van de nalatenschap minstens drie jaar ononderbroken met de erflater samenleefde.

Vrienden en verre verwanten

Sinds 1 juli 2021 kunnen vrienden of verre verwanten (een broer of zus of verdere familieleden) in totaal € 15.000 erven aan een tarief van 3%. Dit voordeel kan echter slechts éénmaal per nalatenschap worden toegekend (aan één erfgenaam of gespreid over meerdere) en moet uitdrukkelijk in een testament vermeld worden.

Wanneer er meerdere begunstigden worden aangeduid voor de vriendenerfenis, wordt een pro rataverdeling toegepast volgens de persoonlijke nettoverkrijging in verhouding met de gezamenlijke nettoverkrijging van al de begunstigden van dit voordeel, tenzij anders bepaald in het testament (Standpunt nr. 21041 dd. 07.06.2021).

Familiale onderneming
Er geldt een gunsttarief voor de vererving van familiale ondernemingen. Het kan gaan om eenmanszaken, vrije beroepers en vennootschappen (art. 2.7.4.2.2-2.7.4.2.4 VCF; Omzendbrief Vlabel 2015/2).
  • Tarief van 3%: vererving in rechte lijn, tussen echtgenoten of samenwonenden
  • Tarief van 7%: vererving tussen andere personen
Het verlaagd tarief is onder meer aan de volgende voorwaarden onderworpen:
  • familiaal karakter van de onderneming of vennootschap
  • de onderneming moet een reële economische activiteit uitoefenen
  • de betrokken onroerende goederen mogen niet hoofdzakelijk tot bewoning aangewend of bestemd worden
  • de onderneming moet gedurende minstens drie jaar zonder onderbreking worden voortgezet (het is echter niet vereist dat dit dezelfde activiteit is, noch dat dit door de erfgenaam gebeurt)
Bepaalde overheden en goede doelen (sinds 1 juli 2021)
Er geldt een verlaagd tarief van 0% voor legaten aan:
  • het Vlaams gewest en de Vlaamse gemeenschap;
  • de Vlaamse, de Franse en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  • de Franse en de Duitstalige gemeenschap en het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk gewest;
  • een staat in de EER;
  • de provincies en gemeenten in het Vlaams gewest;
  • de openbare instellingen van de publiekrechtelijke rechtspersonen, hierboven vermeld;
  • erkende sociale huisvestingsmaatschappijen als vermeld in art. 40 van de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997;
  • de coöperatieve vennootschap Vlaams Woningfonds van de grote gezinnen;
  • dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen als vermeld in art. 12, §2, 2° en 3° van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;
  • verenigingen zonder winstoogmerk, ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen, beroepsverenigingen, internationale verenigingen zonder winstoogmerk, private stichtingen en stichtingen van openbaar nut;
  • openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
In afwijking hiervan bedraagt het tarief 8,5% voor de legaten aan beroepsverenigingen en private stichtingen.
(1) Het gunsttarief is eveneens van toepassing op gelijkaardige rechtspersonen in de EER.
Bron: art. 2.4.4.2.1 VCF